NMF Groningen Samen voor een mooi en duurzaam Groningen.
Menu
Tour du Boer: Dag 5

Tour du Boer: Dag 5

Dag 5: De laatste dag van mijn tour. Als ik de gordijnen open doe kijk ik uit over de mist die optrekt over de es. Ik heb geslapen bij Jan Loots in Veele. Zijn duurzame huis is stijlvol ingericht met veel hout en een open ruimte waar een vide boven zweeft. In het midden een imposante speksteenkachel. Het is prachtig gesitueerd naast de Ruiten Aa en omringd door zijn tuin met vele coniferen, rododendrons, azalea’s en een mooie vijver.

Na een stevig ontbijt nodigt Jan mij uit om door de tuin te gaan. Jan heeft veel kennis van planten en al gauw blijkt dat we dezelfde leraar hadden op de tuinbouwschool in Frederiksoord. De markante Theo Janson is van onschatbare waarde geweest voor het overbrengen van de liefde en kennis voor planten voor veel mensen in Noord Nederland. Jan is hem eeuwig dankbaar en zet zijn werk voort in deze tuin. De struiken en bomen hier zijn bijna allemaal exoten maar de natuurwaarde is hier groot. Ik zie kasten voor vleermuizen en nestkasten voor specifieke vogelsoorten.

Zeebodems en liefde voor Groningse natuur

Jan is eigenaar van Geo Plus, een bedrijf in Scheemda dat zeebodems in kaart brengt over de hele wereld. Als rasechte Groninger groeide hij op in Muntendam, maar vertrok daar toen het landschap steeds eentoniger werd en de vogels verdwenen. Hier in Westerwolde vond hij met zijn vrouw Stijnie Veendorp een prachtige stek. Hij is zeer gepassioneerd over duurzaamheid, fanatiek vogelaar en vastberaden in het terugbrengen van biodiversiteit in deze prachtige streek. Hij vertelt graag over alle initiatieven waar hij bij betrokken is, en dat zijn er veel. Om maar wat te noemen: hij is bestuurslid in Landgoed Tennax, is actief voor IVN Westerwolde, gebiedsfonds Westerwolde, LEADER Oost Groningen en het project ESsentie, waar we vandaag gaan kijken naast zijn huis.

Klein gezelschap

Als we de tuin uitkomen zijn de overige gasten gearriveerd. Ik had Willem Markenstein van Staatsbosbeheer gevraagd of hij hierbij wilde zijn. Staatsbosbeheer is eigenaar van de grond op de es, en staat daarmee aan de basis van dit project. Hij wilde het niet missen, en het leek hem ook leuk een stuk mee te fietsen. Dat kan natuurlijk!

Ook Rineke Dijkinga had ik gevraagd of ze het leuk zou vinden om aan te schuiven. In een eerder stadium heeft ze al meegedacht in het project ESsentie, en dan specifiek de keten van de producten. Rineke neemt ook haar man Jan Dommerholt mee, die oud collega is van Willem. Een ideaal gezelschap om te zitten en te praten over duurzame landbouw.

Essen in Westerwolde

Jan Loots is initiatiefnemer van het pilotproject op de Westeresch. Dit plangebied was vroeger een es. Essen zijn van oorsprong complexen van akkers, vaak herkenbaar als verhogingen in het landschap. In heel Noordwest Europa kwamen ze voor, veel op de zandgronden. In Drenthe en ook in Westerwolde zijn ze talrijk en in veel gevallen nog herkenbaar. Ze ontstonden doordat mensen soms eeuwenlang plaggen of (potstal)mest naar de es brachten voor akkerbouw. Eeuwenlang hadden boeren deze gebalanceerde manier van werken, met akkerbouw op de essen, de potstal, en hooien in de beekdalen. Nu zouden we dat kringlooplandbouw kunnen noemen.

Dit kleinschalige eslandschap is vaak eeuwenlang in stand gehouden en dus van cultuurhistorisch belang. De kleinschalige verkaveling heeft ook ecologische kwaliteit, en een idyllische aantrekkelijkheid. Gelukkig is er steeds meer aandacht voor deze gecombineerde waardes.

Pilot ESsentie

Jan kijkt vanuit zijn huis over de Ruiten Aa op de akkers van de es. De kleinschaligheid is hier grotendeels verdwenen, maar de glooiing in het landschap duidelijk zichtbaar. Wat Jan betreft kunnen ze niet snel genoeg beginnen met project ESsentie. Ik word in onvervalst Gronings accent bijgepraat over de historische context en de ecologische winst die hier te behalen valt.

De doelgerichtheid valt me op, hij is hier al vijf jaar druk mee. Hij legt een kaart op tafel met een mozaïek van kleine kavels en legt uit dat het doel is om deze structuur weer terug te brengen, die waarschijnlijk terug te leiden is tot de middeleeuwen. We zien deze kavelstructuur ook terug op een luchtfoto uit 1930. De Rijksuniversiteit Groningen was betrokken bij het historisch onderzoek.

Het esgebied is onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Om dit project te beginnen zijn alle percelen nu in eigendom van Staatsbosbeheer, die al een groot deel in beheer had. Boeren hebben al jaren deze percelen gepacht, en moesten altijd al aan een aantal eisen voldoen. Jan denkt dat dit nieuwe plan wel voor wat tegenstand van de boeren kan rekenen, omdat de percelen kleiner worden en de voorwaarden wat scherper. Hij hoopt natuurlijk dat ze net zo enthousiast worden als de initiatiefnemers. Ook Staatsbosbeheer als eigenaar zal moeten wennen aan een nieuwe rol waarin ze goed toezicht houden op de ontwikkelingen.

Betrokken is ook Werkgroep Grauwe Kiekendief, die veel expertise hebben met het effect van akkerbouwsystemen op vogels.

Niet alleen natuur, ook een verdienmodel voor de boer

Naast de winst op het gebied van cultuurhistorie, landschapstoerisme en natuurlijk ecologie is ook goed nagedacht over het agrarische verdienmodel. Dit is natuurinclusieve landbouw ten top. Aan de basis staan verbetering van de bodemvruchtbaarheid, kringlooplandbouw, functionele agrobiodiversiteit, akkervogelbeheer, precisielandbouw en natuurlijke plaagbestrijding.

Aan de afzet is ook gedacht, en willen ze een evenwijdig lopend project starten die gericht is op de afzet. De keten met verwerking van producten zou lokaal moeten plaatsvinden en de afzet liefst ook regionaal. De kennisontwikkeling op dit gebied moet op gang worden gebracht.

Het bouwplan past goed op deze zandgrond en is een uitgekiende roulerende mix van reguliere akkerteelt zoals haver, rogge, voederbieten en aardappels, meerjarige eiwitgewassen zoals klaversoorten en stroken die braak blijven liggen.

Dit is een pilotproject met een looptijd van acht jaar dat ,mits succesvol, kan worden uitgebreid naar andere plekken in Westerwolde. Dit najaar wordt de infrastructuur aangelegd en in 2018 kan worden gestart.

“Natuurinclusieve landbouw moet natuurlijk uitgerold worden door de boeren, maar dan moet je wel zeker weten dat de maatregelen effectief zijn”. 

Traject van de provincie

Jan legt uit dat voor het traject van de provincie voor natuurinclusieve landbouw waarschijnlijk een leerstoel gaat komen bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Twee vooraanstaande professoren, Han Olff en Theunis Piersma, zijn hierbij betrokken. Dat klinkt allemaal wel heel deftig, maar Jan legt uit waarom dit zo belangrijk is. Natuurinclusieve landbouw moet natuurlijk uitgerold worden door de boeren, maar dan moet je wel zeker weten dat de maatregelen effectief zijn. Er zijn dus twee pilots, waarvan Essentie er één is. Monitoring is hier van essentieel belang. Wat is de ecologische winst? Welk effect heeft deze manier van werken op de bedrijfsvoering? Dit moet periodiek worden onderzocht, beginnend met een nulmeting. Werkgroep de Grauwe Kiekendief is hier ook bij betrokken.

Mogelijkheden op de zandgrond in Westerwolde

Alle aanwezigen zijn het erover eens dat de landbouw zo niet door kan. Rineke is hoopvol en ziet mogelijkheden om uit de molen te komen waarin de boer verstrikt zit. De akkerbouwer levert nu grotendeels aan Agrifirm, met lage marges. Ook de boeren hier kunnen meer fairtrade worden, als ze anders gaan werken. Meer duurzame producten, met een gezonde meerprijs dus.

Het is essentieel dat we de hele keten meenemen. Daar is ze al heel druk mee bezig, maar loopt tegen tal van problemen aan. Kleinschalige verwerking van graanproducten is nu nog lastig in heel Nederland, en zeker hier in Groningen.

Rineke ziet veel mogelijkheden op de zandgronden dat we veel vinden in deze streek, waar rogge en boekweit het beste groeien. Bovendien is hier de minste onkruiddruk en dus mogelijkheden voor biologische teelt. De distilleerderij wil alleen rogge van de zandgrond. Dit zijn belangrijke conclusies voor maatwerk in de regio!

We praten hier wat over door. Willem vindt dat we weer terug moeten naar de basis van de es. In Duitsland bij de Elbe zag hij zeer schrale gronden, met grote hoeveelheden akkerkruiden en akkervogels. Hier werd niet bemest, en het zomergraan doorgezaaid. Boeren krijgen hier een goede bijdrage voor natuurbeheer. Ook op de Westeresch krijgen de boeren een subsidie voor natuurbeheer en hoeft de productie niet het hoofddoel te zijn.

Voor duurzame landbouw wordt ruige stalmest in toenemende mate gebruikt. Een probleem echter is dat de vraag het aanbod rap overstijgt. Nu al is biologische stalmest flink duur. Dit is dus een aandachtspunt voor de toekomst van natuurinclusieve landbouw. Compost zou ook geschikt zijn, vooral voor de bodemvruchtbaarheid op de lange termijn, en wordt ook wel gebruikt, maar nu nog mondjesmaat.  De reden hiervoor is dat het meetelt in de fosfaatboekhouding, en boeren gebruiken dan liever goedkope mest.

Ik zie veel mooie ideeën, maar ben ook benieuwd naar hoe we dit kunnen vertalen naar de reguliere landbouw, waar de grondprijzen hoog zijn en de marges laag. Jan Dommerholt geeft aan dat bodemvruchtbaarheid essentieel is voor elke vorm van landbouw, en zal hard nodig zijn in de hele landbouwsector. Het is dus zaak dat elke boer in de provincie weet wat het belang hiervan is.

Ik vraag Willem of ze van plan zijn dit initiatief snel vervolg te geven op andere plekken in Westerwolde. Staatsbosbeheer heeft 330/400 ha grond hier in beheer. Vooralsnog staat dit niet in de planning, en is er sterke focus op het slagen van deze pilot die een looptijd heeft van acht jaar.

Voedingsclaim

Rineke is vanuit haar beroep natuurlijk gefocust op gezonde voeding, maar is ook nauw betrokken bij de teelt van de producten die in haar webshop te krijgen zijn. Voor de quinoa heeft ze een zogenaamde voedingsclaim laten leggen. Dit is een manier om de voedingswaarde van een product te laten zien aan de consument. In de quinoa zitten significante hoeveelheden zink, mangaan en magnesium, dat bijdraagt aan de gezondheid. Rineke denkt dat dit de sleutel is om de consument mee te krijgen voor gezonde landbouw. ‘Dit gaat om je eigen gezondheid!’.

Weer op de fiets met de mannen

We praten door over duurzame voedselketens en nog veel meer, maar ik dreig wel erg ver achter te lopen op mijn schema en sleep mezelf met pijn en moeite uit het gezelschap. Willem fietst met me mee, en al snel blijkt dat Jan Dommerholt ook wel zin heeft in een stuk fietsen. Jan Loots heeft een fiets voor hem staan en hij fietst zelf ook een stuk mee om later af te slaan naar zijn bedrijf in Scheemda. Voor we op pad gaan met deze tijdelijke fietsclub laat Jan Loots de Westeresch zien. We zien de sterke glooiing van beekdal naar es en Jan en Willem wijzen aan hoe de mozaïekverkaveling zal lopen. Een boer bemest zijn perceel. Jan Loots en Willem begrijpen dat niet helemaal. De boer gaat er kennelijk van uit dat alles blijft zoals het was, terwijl de kans groter is dat de structuur op die plek compleet veranderd.

Door de Veenkoloniën

We nemen afscheid van Stijnie, Rineke en deze mooie plek. We fietsen richting Muntendam en zien het landschap veranderen van kleinschalig en afwisselend naar een meer open landschap van de Veenkoloniën. De twee Jannen en Willem lezen het landschap onderweg als ware landschapsbiografen. Een ding is duidelijk, met deze mannen zou je mooie fietstochten kunnen organiseren. Jan Loots buigt af naar Scheemda, nadat ik hem hartelijk heb bedankt voor zijn gastvrijheid en inspiratie. We passeren Oude Pekela en slaan vlak voor Muntendam af naar het noorden. Hier zien we de akkers van Peter Harry Mulder al liggen.

Peter Harry Mulder

We staan stil bij percelen van Peter Harry Mulder. Akkers, met brede randen vol bloemen. We zien onder andere zonnebloemen, papaver, en verschillende tarwesoorten. Op een groot bord wordt uitgelegd dat het gaat om wintervoedsel graanveldjes. Dit compenseert het gebrek aan wintervoedsel aanbod in het akkerland.

Werkgroep

We zien verderop ook dat dammen zijn begroeid met struiken. Daar ben ik benieuwd naar en zal daar bij Peter Harry naar vragen. We rijden naar de boerderij waar Peter Harry en Eline Ringelberg akkerbouw bedrijven en natuur creëren in de omgeving. Dat doen ze inmiddels niet meer alleen. Met de Werkgroep Boerenbuitengebied zijn ze met steeds meer vrijwilligers actief rond Muntendam. Het zijn allen boeren en inwoners in deze hoek van de veenkoloniën inzetten voor een compleet akkervoedselweb.

Boerderij Kloosterplaats

Met Jan en Willem rijden we de oprit op van de aan een vaart gelegen boerderij ‘de Kloosterplaats’ van het Oldambtster type met een bijzonder paars voorhuis, dat steeds verder in oude staat wordt gerestaureerd. Dit is het hoofdkwartier akkervogelsteun Muntendam.

Eline ontvangt ons met muntthee (klassiek in Muntendam natuurlijk) en vertelt over de bijzondere geschiedenis van de boerderij. Al eeuwen terug, voor de vervening, stond hier al een boerderij dat onderdeel was van een klooster van Termunten.

Peter Harry komt binnen, kiekendief op zijn T-shirt, en het gesprek gaat direct over de aanwezigheid van de Grauwe Kiekendief, die zich hier nog wel laat zien, maar zich opmaakt voor de grote trek naar Afrika.

Van gangbaar naar vogelboer

Peter Harry brand direct los over zijn manier van werken. Hoe langer hij uitlegt, des te beter we een beeld krijgen van de omvang van zijn maatregelen en hoe alles past in een geheel. Helder zet hij uiteen welk denkproces hij heeft doorlopen om tot zo’n integraal plan te komen.

Als gangbaar akkerbouwer werd in de jaren 90 zijn slapende liefhebberij wakker geschud door een plaatselijke jager met de vraag of hij wilde meedoen in een patrijzenproject. Hij realiseerde zich toen wat er miste in zijn omgeving: vogels. Het patrijzenproject duurde een jaar of zes, en was van groot belang voor het agrarisch natuurbeheer zoals we dat nu kennen. Helaas kwam hij daarvoor in eerste instantie niet in aanmerking door tal van redenen. Nu mag hij gelukkig wel meedoen met agrarisch natuurbeheer. Dat is ook belangrijk, vergoeding voor je inspanningen.

Hij had akkerranden van 9 meter breed, maar heeft deze vergroot naar 21 meter. Een rand met meer body is beter voor de ecologie, ook voor grotere dieren. Een vos kan hier minder snel een prooi vinden. Hij krijgt een agrarische natuursubsidie voor de akkerranden. De de meeste randen raken elkaar. Peter Harry ziet dat de Grauwe kiekendief dit patroon volgt.

Struweelvakken en overhoeken

In het hele gebied zijn meer dan tachtig struweelvakken aangelegd. In overeenstemming met het waterschap heeft Peter Harry veel extra dammen aangelegd, die ook met struwelen zijn ingeplant. Medewerking van instanties is heel belangrijk, niet alleen met de collectieven. Het effect van samenwerking laat zich goed zien in dit gebied. De struweelvakken zijn struiken, geen bomen, en worden gesnoeid op twee meter. Het tast de openheid dus niet echt aan. Het geeft dekking voor vogels, en in de winter een plek voor insecten en voedsel voor vogels. Het struikgewas ondersteunt ook de natuurlijke plaagbestrijding.

Als Peter Harry door het landschap rijdt, ziet hij overal kansen om kleine struweelvakken aan te planten.

Met een late ruilverkaveling bleek dat er ook een paar hoekjes voor de natuur konden worden gereserveerd. Ze geven een prachtige afwisseling in het landschap. Lakenvelder koeien lopen hier mooi te zijn, afgewisseld met dichte struwelen.

Bermbeheer

Een paar jaar geleden kwam de gemeente met een oproep of er burgers waren die een stuk bermbeheer op zich wilden nemen. Hier was geen animo voor. Bermmaaisel zou geschikt kunnen zijn voor paarden, maar de meeste paardenhouders zijn bang voor jacobskruiskruid, dus dat ging niet door. Peter Harry heeft toen aangeboden dit op te nemen in het project waar ze toen mee gestart waren: project Grauwe Klauwier.

Werkgroep Buitengebied

Het bermbeheer, struweelvakken en overhoeken leggen ze niet alleen aan. Ze hebben een werkgroep opgericht ‘Boerenbuitengebied’, met daarin collega’s en inwoners uit de omgeving. De meeste uit de buurt, sommige van verder weg. Ze hebben inmiddels 30 namen op de lijst en bij veldwerkdagen komen er altijd wel een stuk of 10 opdagen. Niet alleen aanleg maar ook onderhoud van de natuurmaatregelen doen ze samen. De struiken zijn nu nog klein en worden vrij gesneden met handsikkels.

Hoe naar natuurinclusieve landbouw?

Voor het natuurinclusief maken van de landbouw denkt Peter Harry dat er wezenlijke veranderingen nodig zijn,  en dat we goed moeten beseffen in wat voor een lastig pakket boeren zitten. Zijn bespiegelingen hierover zet hij zorgvuldig uiteen, van de landbouwpraktijk tot in brede context: Europees beleid. Hij gelooft dat ook in gangbare akkerbouw nu al grote stappen in akkernatuurherstel kan zetten.

Betere prijs

Peter Harry is lid van LTO, maar ook van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV). Deze is opgericht eind jaren tachtig in de graancrisis. Hij vindt dat LTO weinig bezig is met het behartigen van de belangen van boeren. De NAV begrijpt dat boeren weinig in te brengen hebben in de prijs die ze krijgen voor hun producten. De boer is overgeleverd aan de afnemer, dat is inherent aan het boer zijn. Stel, boeren krijgen betere prijzen, dan kan je van die boeren ook verlangen dat ze meer doen dan alleen voedsel produceren en aandacht hebben voor het landschap.

“Stel, boeren krijgen betere prijzen, dan kan je van die boeren ook verlangen dat ze meer doen dan alleen voedsel produceren en aandacht hebben voor het landschap”.

Sicco Mansholt, de Groningse boer die zich na de tweede wereldoorlog opwerkte in de politiek en een belangrijke figuur was in de opzet van het beleid van schaalvergroting, veranderde aan het einde van zijn ambtstermijn van mening en ging zich inzetten voor inkomensvorming en betere leefomstandigheden voor boeren. Dit was deels door toenemende kritiek op de aanslag op de natuur. Peter Harry ziet dat dit beleid nu veertig jaar geduurd heeft en dat het tijd is voor een nieuwe Mansholt periode. Gek genoeg zijn de bezwaren sinds de jaren tachtig nooit opgehouden. De intensivering gaat door, met zijn uitwerking op landschappelijke waarden, zonder zicht op een oplossing.

Vergroening in Europees beleid

In 2013 deed in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor het eerst de vergroening zijn intrede. Als liefhebber van akkernatuur dacht Pater Harry: verdikke, zijn ze in Europa dan toch wakker geworden met het landbouwbeleid?

Tot nu toe was het dweilen met de kraan open. Een paar akkerranden als kleine reservaatjes, en daarbuiten zoeken de patrijzen en veldleeuweriken het zelf maar uit.

7% braak

Peter Harry ziet ook wel dat het een leerproces is, maar dat moet je wel inzetten. De Europese commissaris landbouw Dacian Cioloș wilde naar 7% braakliggende land oftewel agrarisch natuurbeheer. Dit werd niet ingevoerd. Ben Koks van werkgroep de Grauwe Kiekendief zei ook: als je iets wil in het landschap dan moet 5% van het areaal worden ingericht voor akkerranden.

LTO dacht daar destijds heel anders over. In de wintervergaderingen werd gezegd: ‘we moeten de wereld voeden. Peter Harry houdt niet van spreken in het openbaar, maar met knikkende knieën stond hij hier op om zijn punten op een a4tje kenbaar te maken. Hij vertelde daar dat we wel naar die 7% braak moesten gaan, en dat de landbouwlobby, LTO, moeten zorgen dat hier iets tegenover staat, kostendekkende prijzen. Het geluid zou wat hem betreft moeten zijn: we willen wel, maar dan moet er wat veranderen. Destijds in 2013 had LTO ook nog een goede onderhandelingspositie.

Lastig zonder beloning

Peter Harry zag de mogelijkheden, maar ook dat het lastig zou worden als er geen vergoeding tegenover zou staan. Statistieken laten zien: de inkomsten zijn mager, dus gaat de intensivering door. Niet omdat boeren dat zo graag willen, maar uit pure noodzaak. Zodra producten het erf verlaten wordt er goed aan verdiend.

Ook zou de productie meer op de vraag moeten worden afgestemd. De afgelopen 40 jaar werd er constant te veel geproduceerd. Met een overschot van 5% kan de prijs al met 30-50% inzakken.

Het huidige GLB is onlangs versimpeld en voorziet in een bedrag per hectare, niet gekoppeld aan het gewas. Dat is al een stap in de goede richting, want dan moeten boeren zelf kiezen welke producten het beste zijn. 1 op de 3 boeren houdt het bedrijf in leven met nevenactiviteiten. Stel, het toekomstige GLB voorziet in kostendekkende prijzen, dan mogen voorwaarden worden gesteld voor de natuur.

“Een boer wil ook trots kunnen zijn, en niet constant in de verdedigingshouding zoals nu”.

Eline vult hem aan. Het moet niet te ingewikkeld worden, maar het hele systeem moet veranderen. Met een verandering aan de basis komt ruimte vrij voor de natuur en landschap. Een boer wil ook trots kunnen zijn, en niet constant in de verdedigingshouding zoals nu. Dat is een rotpositie! Ook de administratie en het verzamelen van subsidie vergt veel inspanning.

Eureka: niet kerende grondbewerking

Ze zitten op een overgangsgrond van klei naar zand met hier en daar wat veen. Al 10 jaar is Peter Harry bezig met groenbemesters. De grootste zichtbare verandering is dat hij 3 tot 4 jaar geleden begon met niet kerende grondbewerking. Hij stopte met ploegen terwijl dat sinds mensenheugenis toch echt de standaard is op de zwaardere grond. Met niet kerende grondbewerking wordt zo min mogelijk de bodem bewerkt, zoveel mogelijk de bodem bedekt en vruchtwisseling toegepast.

Na twee jaar werd het echt zichtbaar. Hij wist niet wat hij zag: in elke kluit die uit elkaar viel zat  een worm. Er zijn veel voordelen: hij heeft een kostenbesparing gekregen op arbeid en brandstof van maar liefst 50%, nuttige schimmels en ander bodemleven hebben de tijd om zich te ontwikkelen, waterinfiltratie is beter en het creëert een beter ziektewerend vermogen.

Praten met collega’s

Peter Harry probeert zich een beetje in te houden als hij praat met andere boeren, maar is steeds minder voorzichtig. Hij is nu helemaal uit de kast als natuurinclusieve boer, en iedereen mag het weten. Als ik hem vraag hoe zijn collega’s reageren op zijn visie moet hij even nadenken. Groningers zijn niet zo praatzaam, dus hij krijgt weinig hoogte van hoe ze er echt over denken. Hij ziet toch wel een voorzichtige kentering, bijvoorbeeld op het gebied van niet kerende grondbewerking. Hij sprak twee boeren uit de buurt terloops, en ze vroegen hem hoe het beviel. Het jaar erop waren ze er ook mee aan het experimenteren.

Chemie

Het lukt Peter Harry om geen insecticiden en neonicotinoïden te hoeven spuiten. Collega’s zeggen dan dat de luizendruk ook minder is de afgelopen jaren, maar hij denkt: het zal wel, ik ga er mee door. Hij is er trots op en gelooft dat andere boeren dit ook kunnen doen.

Roundup (Glyfosaat) is een ander verhaal. Hij vindt de discussie lastig. Het is onduidelijk of Roundup kankerverwekkend is. Er is veel maatschappelijke onrust over. Iedereen moet zijn eigen afweging maken. Peter Harry vindt de uitwerking op de bodem heel belangrijk. In hoge dosering heeft het grote invloed op het bodemleven, en de doseringen in de landbouw zijn al wel gedaald. Er ontstaat direct uitdaging als je zonder Roundup wilt werken, met name voor huidige akkerbouwers die groot zijn gegroeid. Een grootschalige bedrijfsvoering is vooral mogelijk door het gebruik van Roundup, wat goedkoop en snel is..

Hij heeft het gebruik kunnen reduceren tot alleen de bieten (10% van zijn areaal). Hij weet het hier nog niet volledig te verbannen, want de onkruiddruk is bij bieten hoger.

Mycorrhiza

Nauwkeurig leest Peter Harry de vakbladen. Nieuwste toepassing is mycorrhiza, waar nog weinig over bekend is en geen proefvelden van bestaan: pionieren dus.

Mycorrhiza is een samenlevingsvorm van schimmels en planten via de wortels en kan worden toegevoegd aan de bodem. Hij heeft inmiddels duizenden euro’s geïnvesteerd. Is dit succesvol, dan hoopt hij geheel de chemie weg te houden.

Biologisch

Hij blijft een gangbare akkerbouwer, maar groeit wel toe naar een meer biologische manier van werken. Hij vindt biologische teelt hartstikke goed, maar het vraagt ook veel kennis en investering. De biologische markt is met 5% van het geheel een vraagmarkt. Het is belangrijk dat dit niet te snel groeit, maar gecontroleerd, zodat de prijs niet inzakt. Peter Harry gelooft ook niet dat biologisch ook niet perse de oplossing is. Gangbare landbouw kan ook echt uit de voeten met natuurinclusieve landbouw, is zijn overtuiging.

Effectief met natuurinclusieve landbouw

Om effectief te zijn met de natuur in het landelijk gebied moet je op gebiedsniveau kijken en in een akkerbouwgebied 5% natuurlijke begroeiing realiseren. Eline ziet het ook als een integraal vraagstuk; neem wegbeheerders en waterschappen ook mee. Willem Markenstein geeft aan dat ze hier in Drenthe al verder mee zijn. De provincie is onder druk gezet met de motie, ‘Boerenlandvlinders’ die ze hebben aangenomen, om te komen tot een tot een gemeenschappelijke aanpak en provinciaal programma ter versterking van de biodiversiteit voor het behoud van boerenlandvlinders, bijen en andere bedreigde insecten.
Ze merken dat bij de gevestigde instanties vastgeroeste ideeën wel eens mogen worden losgeweekt. De provincie is de afgelopen jaren ook een paar keer langs geweest om te praten over natuurinclusieve landbouw en zeggen al die tijd dat er projecten aankomen. Peter Harry en Eline horen er niets van en wachten rustig af.

Peter Harry concludeert: willen we dat natuurinclusieve landbouw slaagt, dan moet er iets veranderen. Zo niet, dan krijg je boeren niet mee.

Ik schrik van de tijd, het is bijna vier uur. Op het moment dat we naar buiten stappen zien we Jan Loots op de fiets weer aanrijden. Samen lopen we nog even naar een paar bloemenranden achter de boerderij. De verrekijkers komen tevoorschijn en de mannen schudden de namen zo uit hun mouw. We bewonderen het wagenpark met trekkers en een nieuwe schijveneg. Ook hier valt weer veel te vertellen, maar nu is het toch echt tijd om op pad te gaan.

Ik ben al te laat bij mijn allerlaatste etappe: natuurkampeerterrein 2bunders te Ellerhuizen. Via Hoogezand volg ik het afwisselende dorpslint van Harkstede naar Meerstad en kronkel door Beijum naar Ellerhuizen.

Ik kom aan bij een bruiloft in landelijke setting, een tent in het land. Snel omkleden. Ik heb de ceremonie gemist maar sta nog even na te genieten met een koud biertje en een stuk koude pizza. Wat een week, wat een indrukken. Wat is Groningen prachtig, en wat een rijkdom dat er boeren zijn die oog hebben voor natuur in en rond hun bedrijf. Als ik over 25 jaar dezelfde tour fiets, hoop ik dat de ideeën van deze pioniers overal terug te zien in het landschap. Dan moeten we nog wel even aan de bak!

“Wat een week, wat een indrukken. Wat is Groningen prachtig, en wat een rijkdom dat er boeren zijn die oog hebben voor natuur in en rond hun bedrijf”.

Lees hier de andere blogs van Jasper’s Tour du Boer. 

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste natuur- & milieunieuws in uw mailbox:
Inschrijven
Volg ons via social media  
 
Wij worden gesteund door:
Nationale Postcode Loterij
CBF