Verontrustende afname dagvlinders in Oost-Groningen

2 maart 2020

Verontrustende afname dagvlinders in Oost-Groningen

Koevinkje – foto Aart Jan Langbroek

IVN Bellingwedde en KNNV Oost-Groningen hebben in een tweetal natuurgebieden, De Tjamme in het Oldambt en het Engbert Drenthbos in Westerwolde, gedurende een aantal jaren meer dan 20 soorten dagvlinders geteld volgens richtlijnen van de Vlinderstichting. De resultaten laten een verontrustende afname zien in beide natuurgebieden.

In natuurgebied De Tjamme in het Oldambt nam in 10 jaar tijd het totale aantal dagvlinders af met 52%. Het aantal standvlinders nam af met 54%. Van 18 dagvlindersoorten werden trends bepaald. Daarvan lieten 17 soorten een afname zien en slechts één soort, het Hooibeestje, nam in aantal toe. Opvallend is dat het aantal vlinders waarvan de rupsen het van stikstofrijke leefgebieden moeten hebben ook afnam, en wel met 56%. Ook 9 vlindersoorten die het van bloemrijke plekken moeten hebben, namen in aantal af. Dat het Hooibeestje als enige een positieve trend vertoont, kan te maken hebben met een toename van de vergrassing dat voedsel is voor zijn rupsen. Positief is dat de Grote weerschijnvlinder zich lijkt te gaan vestigen. Dat is voor dit gebied een nieuwe vlindersoort.

Het Engbert Drenthbos is gedurende 7 jaar onderzocht. Ook in dit gebied namen de meeste vlindersoorten in aantal af. De totale afname bedroeg 59%. Opvallend was de enorme afname met 93% van het Koevinkje. Zonder deze vlinder nam het aantal dagvlinders toch nog altijd af met 41%. Van 19 dagvlindersoorten werden trends bepaald. Slechts van één soort kon een positieve trend, dus een toename van het aantal, worden berekend, namelijk van de Kleine vuurvlinder.

De grote aantalsafnames geven aanleiding tot grote zorg voor het voortbestaan van de dagvlinderpopulaties in deze regio. Daar is meer dan één oorzaak aan toe te schrijven. Te noemen zijn het verlies aan en versnippering van leefgebieden waardoor soorten kwetsbaar zijn voor veranderingen. Verder spelen verzuring en vermesting (stikstof, fosfaat), onjuist maai- en snoeibeheer, de daling van de grondwaterstand en het gebruik van bestrijdingsmiddelen een rol. Gevarieerde bloemrijke bermen en slootkanten zullen meer vlinders aantrekken en bestaansmogelijkheden bieden dan intensief gemaaide bermen en slootkanten. Minder vermesting en verzuring zal de groei van grassen remmen maar bevorderen dat bloemplanten zich kunnen vestigen.

Dagpauwoog – foto Aart Jan Langbroek

Wat is en doet de KNNV?
De KNNV Oost-Groningen is een natuurvereniging voor Oost-Groningen die als motto heeft: Laat je verrassen door de natuur en ga met ons mee. Samen komen we op voor de natuur. Door natuuronderzoek en inventarisaties leer je plant en dier uit eigen omgeving kennen.

Wat is en doet het IVN?
Het IVN Westerwolde-Oldambt verzorgt natuurexcursies, lezingen en cursussen om de inwoners in Oost-Groningen dichter bij de natuur te brengen, doet aan natuuronderzoek door tellingen en inventarisatie, en komt op voor natuur en landschap.

bron: gezamenlijk persbericht IVN Bellingwedde en KNNV Oost-Groningen 21 februari 2020

Meer weten?

Tien jaar monitoring dagvlinders in De Tjamme

Zeven jaar monitoring dagvlinders in het Engbert Drenthbos

 

 

Tags: