Provincie legt RWE/Essent geen bouwstop op

26 augustus 2011

Provincie legt RWE/Essent geen bouwstop op

Het college van Gedeputeerde Staten (GS) van Groningen legt RWE/Essent geen bouwstop op. Ook verwacht zij dat de Natuurbeschermingswet-vergunning reparabel is.

Het college van GS gaf in de persconferentie aan, dat zij de uitspraak van de Raad van State uitsluitend juridisch beoordelen en niet als een moment van politieke heroverweging van de centrale.

Bouwstop
Het college stelt dat er tijdens de bouw geen negatieve effecten op de natuur zijn die een bouwstop op dit moment rechtvaardigen. Dit is voor hen dan ook de voornaamste reden om de bouw nu niet stil te leggen.

De Natuur en Milieufederatie Groningen ziet het belang van een directe bouwstop niet,  behalve op die onderdelen die in de vernietigde vergunning in het geding zijn. Zij studeert in dat verband nog op maatregelen tegen de koelwateruitloop, waarvan de Raad van State heeft vastgesteld dat die waarschijnlijk ontoelaatbare negatieve effecten aan de omliggende natuur met zich meebrengt.

Nieuwe vergunningsaanvraag
Gedeputeerde Wiebe van der Ploeg verwacht dat RWE met een nieuwe vergunningsaanvraag tegemoet kan komen aan de bezwaren van de Raad van State. Het college is bovendien niet van plan om nieuwe eisen te stellen aan de kolencentrale bij een nieuwe vergunning. Zij vindt dat niet aan de orde.

De vergunning is volgens het college zeker reparabel en zij verwacht dat deze in de tweede ronde de eindstreep zal halen. Siegbert van der Velde, directeur Natuur en Milieufederatie Groningen: “Het is opmerkelijk dat het college een nieuwe vergunningsaanvraag zo kansrijk acht, zeker omdat de Raad van State nog niet is toegekomen aan de belangrijkste, nogal principiële ADC-toets. In deze toets moet niet alleen het groot maatschappelijk belang van de centrale worden aangetoond, maar ook moet worden getoetst op mogelijke alternatieve locaties én alternatieve vormen van energieopwekking. Deze toets zal de centrale van RWE niet doorstaan.”

De Raad van State is niet aan de toets toegekomen, omdat de vergunning al op meer formele gronden is vernietigd, maar in een nieuwe Natuurbeschermingswetvergunning ontkomt de Raad niet aan de toetsing.

Politiek aan zet
De Natuur en Milieufederatie Groningen vindt dat de uitspraak van de Raad van State nu juist wel tot politieke heroverweging zou moeten leiden en tot extra eisen aan de centrale op het gebied van milieukwaliteit.

De provincie en het Rijk schuiven door de gekozen insteek een aantal broodnodige randvoorwaarden voor vergunningverlening voor zich uit. Het gaat dan vooral om het herstel van de natuur in het Eems-Dollardgebied en het ontwerp van een beleid om tot een duurzame energievoorziening te komen. De overheid kan volgens de Natuur en Milieufederatie alleen houdbare vergunningen afgeven aan RWE als de natuur in het Eems-Dollardgebied voldoende veerkrachtig is om de effecten van toegenomen bedrijvigheid op te vangen én er een goed energieakkoord ligt dat gericht is op het behalen van klimaatdoelstellingen. Zolang de Rijksoverheid niet de bereidheid heeft daarin te investeren zullen milieuorganisaties altijd gaten in de vergunning kunnen schieten.

Tijd voor afspraken
De Natuur en Milieufederatie zit al jaren om tafel met de energiebedrijven die zich in de Eemshaven vestigen om tot afspraken te komen die zich richten op verbetering van de natuur- en milieukwaliteit in het gebied rond de Eemshaven. Samen met Nuon en RWE heeft zij moeten constateren dat het niet tot de noodzakelijke maatregelen heeft kunnen komen, nu de Rijksoverheid het bij de gesprekken heeft laten afweten. Het vernietigen van de vergunning hangt daar direct mee samen.

Siegbert van der Velde: “Dit is het moment voor de overheden om zich te bezinnen op het vestigingsbeleid in het Eemshavengebied. Als er niet wordt geïnvesteerd in natuur en een duurzame energievoorziening zullen nieuwe vergunningen ook sneuvelen. Het is de plicht van de overheid redelijke eisen aan bedrijven te stellen.”