Milieuvergunning Ensartech veel te ruim

24 september 2012

Milieuvergunning Ensartech veel te ruim

Tot 21 september 2012 lag bij de Provincie Groningen een ontwerpvergunning voor Ensartech ter inzage, een bedrijf dat zich bezighoudt met de verwerking van (zeer) gevaarlijk chemisch afval. De komst van dit bedrijf staat haaks op de koers van de Provincie, waarin zij stellen kritisch te kijken naar de milieuprestaties van bedrijven die zich in de Eemsdelta willen vestigen. De Natuur en Milieufederatie Groningen vindt de komst van Ensartech zorgwekkend en niet passend, schrijft zij in een brief aan Provinciale Staten. Op 21 september diende de Natuur en Milieufederatie Groningen een zienswijze in op deze vergunning, mede namens haar aangesloten organisatie “Delfzijl, Lekker Leven aan Zee???”.

Duurzame ontwikkeling van de Eemsdelta
Voor de Eemsdelta stelt het Provinciaal Omgevingsplan (POP) dat samen met de betrokkenen in het gebied de ontwikkeling tot duurzame havenregio wordt opgepakt. Hiervoor is onder andere een Ontwikkelingsvisie Eemsdelta opgesteld, waarin aandacht voor de vermindering van de druk op het milieu, het gebruik van restproducten en het streven naar een zuinig gebruik van grondstoffen en energie een belangrijke rol spelen. De komst van bedrijven die zich richten op afvalverwerking kan goed passen in een duurzame ontwikkeling, maar alleen als die bedrijven zich primair richten op hergebruik van afval en verwerking van afval in de industriële ketens.

Gevaarlijk chemisch afval
De bedrijfsvoering van Ensartech staat echter haaks op deze gewenste duurzame ontwikkeling. Dit bedrijf richt zich op het verwerken van (zeer) gevaarlijk chemisch afval, waarbij van hergebruik geen sprake is. De komst van Ensartech geeft juist extra milieubelasting en blokkeert daarmee ook het streven naar vermindering van regionale milieudruk. In de vergunning is te lezen dat er na verwerking van 35.000 kiloton zeer gevaarlijk afval zelfs nog 1000 kiloton overblijft. Dit staat gelijk aan ruim 50 vrachtwagens per jaar. Dit restafval wordt gestort in Duitse mijnen, hoewel dit door Ensartech wordt ontkend.

Boris Pents, beleidsmedewerker duurzame bedrijvigheid: “Het lijkt erop dat Oosterhorn de enige locatie in Nederland is waar in het bestemmingsplan geen belemmeringen zijn opgenomen voor de komst van dit soort industrie. In de regio Rijnmond, hét gebied voor chemische industrie, worden zwaardere eisen gesteld aan bedrijven. Daar is de milieuruimte al op. Als we hier in Groningen doorgaan met de bedrijven te vergunnen zoals Ensartech, zitten we hier binnen de kortste keren met exact dezelfde problematiek.” 

De Natuur en Milieufederatie Groningen is dan ook van mening dat de nieuwe vergunning van Ensartech helemaal niet past in het provinciaal beleid voor dit gebied en hoopt dat de Provincie de zienswijze ter harte zal nemen door strengere eisen te stellen aan de vergunning voor Ensartech. Alleen op deze wijze kan de Eemsdeltaregio zich duurzaam blijven ontwikkelen, en komen natuur en milieu niet verder onder druk te staan. 

Achtergrond
In de Eemsdelta is al veel industrie. Sommige bedrijven zijn modern en stoten relatief weinig CO en andere gevaarlijke stoffen uit. Andere, wat oudere bedrijven stoten meer stoffen uit, die belastend zijn voor het milieu. Voor beide soorten bedrijven is landelijk een emissiegrens opgesteld; de bovengrens voor de oude bedrijven en ondergrens voor de nieuwe bedrijven. De bovengrens is opgesteld, omdat draaiende bedrijven anders hun deuren zouden moeten sluiten. De overheid ziet erop toe dat deze bedrijven aan verbetering werken, maar wil voorkomen dat er onredelijke eisen gesteld worden.

In theorie is de ondergrens opgesteld voor moderne en nieuwe bedrijven. Zij kunnen immers starten met een schone lei en uitgaan van de best beschikbare en meest schone technieken. De praktijk is echter anders: om zo goedkoop mogelijk uit te zijn, houden ook nieuwe bedrijven de bovengrens aan. Dit is wettelijk niet onjuist, maar het betekent dat zij verouderde (en goedkope) techniek gebruiken, die voor meer milieubelasting zorgt dan nodig. Ook Ensartech kiest ervoor om niet van de beste technieken gebruik te maken en houdt zich aan de bovenkant van de emissiegrens, in plaats van de onderkant. Het bedrijf stoot hierdoor net zoveel stoffen uit naar de lucht als afvalverwerkers die20 jaar geleden zijn gebouwd.