Met de gierzwaluw op reis langs regelgeving, bescherming en verantwoordelijkheid

Netwerkbijeenkomst natuurvriendelijk isoleren

Op donderdagavond 19 februari organiseerden we een netwerkbijeenkomst over natuurvriendelijk isoleren in De Pijp, Groningen. Een inhoudelijk complex en een urgent onderwerp want Nederland, en Groningen in het bijzonder, moet isoleren. Vanuit Nij Begun is er 1,65 miljard euro tot 2035 voor 300.000 woningen om te isoleren. Een gigantische opgave, maar hoe halen we die en beschermen we tegelijkertijd adequaat de dieren? Soorten als huismus, gierzwaluw en vleermuis zijn immers wettelijk beschermd.

Over gebouwbewonende dieren

In de opening schetsen Jasper Tiemens en Deborah Goeree het probleem. Huizen worden energiezuiniger gemaakt, maar daarmee verdwijnen ook kieren, spouwen en dakranden: precies de plekken waar gebouwbewonende dieren al eeuwenlang leven. Omdat deze dieren afhankelijk zijn geworden van menselijke bebouwing, rust er een verantwoordelijkheid op ons om hun leefruimte te behouden.

Europa en Nederland

Jasper Tiemens ging allereerst in op de Europese regels en de vertaling daarvan naar nationale wetgeving. Vanuit Europa wordt het beschermingsniveau vastgesteld en worden de lidstaten gecontroleerd op de naleving. Zij moeten deze verplichtingen nationaliseren via eigen wetgeving. Jasper: ‘Hierin zijn grote verschillen. In Duitsland wordt aan de voorkant met populatiegerichte en gestandaardiseerde compensatie gewerkt. In Nederland is het ingewikkelder en is meer sprake van maatwerk’.

Na Europa zoomden we in op het beleid in Nederland. Vanuit landelijk beleid wordt budget gereserveerd om Soorten Management Plannen (SMP’s) op te stellen –  een begrip dat een grote plek innam in de rest van de avond – . Ook is de bescherming van zowel dieren als hun verblijven geregeld via de Omgevingswet en voorheen via de Natuurbeschermingswet . Vanuit de Omgevingswet is het verboden om verblijfplaatsen van beschermde soorten te beschadigen of te vernietigen.

Provincies en gemeenten

Deborah nam daarna de presentatie over om de niveaus van provincie, gemeente en particuliere woningeigenaar toe te lichten. Provincies hebben een belangrijke rol als bevoegd gezag en zijn verantwoordelijk voor beleid en handhaving. Het verschilt per provincie hoe men hier invulling aan geeft. Provincies zien toe of gemeenten hun verplichtingen naleven en stellen over het algemeen de model SMP’s of pre-SMP’s op

Omdat zorgvuldig ecologisch onderzoek naar verblijfplaatsen van beschermende diersoorten veel tijd kost, wordt totdat het SMP in een gemeente af is, daarom in sommige provincies gewerkt met pre-SMP’s die door gemeenten kunnen worden gebruikt.

De provincie Utrecht legt het helder uit in deze video.

Gedoogbeleid

In de provincie Groningen wordt echter niet met pre-SMP’s gewerkt, maar geldt een tijdelijk gedoogbeleid. Daarbij kunnen particuliere huiseigenaren een vergunning aanvragen om onder voorwaarden te isoleren: via gecertificeerde bedrijven en buiten kwetsbare periodes.

Deborah: ‘De provincie Groningen heeft onlangs een model-SMP opgesteld. Deze is te gebruiken voor gemeentes; noodzakelijk als zij willen starten met het ecologisch onderzoek. Verder wordt in een werkgroep met onder andere de Vleermuiswerkgroep Groningen gewerkt aan verdere uitwerking van het nieuwe gedoogbeleid.  

De huismus: klein leefgebied, grote kwetsbaarheid

Daarna zoomden we verder in op de soorten. Vogelonderzoeker René Oosterhuis vertelt, terwijl hij prachtige beelden van mussen toont, over hoe dicht de huismus bij mensen leeft en hoe kwetsbaar dat is. De vogel blijft vaak binnen een straal van enkele honderden meters rond het nest. Als nestplekken verdwijnen, is uitwijken geen vanzelfsprekendheid. In zijn presentatie wordt duidelijk dat het bij bescherming gaat om een heel netwerk van elementen: dakranden, groen in tuinen, veilige rustplekken en voedsel in de directe omgeving. Wanneer die combinatie verdwijnt, verdwijnt vaak ook de huismus.

René: ‘Bij bouwprojecten denken ontwikkelaars ook vaak dat ze wel een seizoen kunnen overslaan, maar voor een soort als de huismus gaat dat niet op. In één jaar kun je een hele populatie laten verdwijnen, omdat mussen gemiddeld genomen maar kort leven’.

Vleermuizen en de keerzijde van isolatie

Waar de huismus herkenbaar dichtbij voelt, maakt Klarissa Nienhuys duidelijk hoe verborgen het vleermuizenleven eigenlijk is. Juist dat maakt bescherming ingewikkeld. Onderzoek vraagt specialistische kennis en tijd, terwijl de isolatieopgave snel vooruit moet. Klarissa Nienhuys legt uit dat standaardonderzoek niet altijd voldoende is om soorten zoals laatvliegers of meervleermuizen op te sporen. Sommige soorten laten zich nauwelijks zien of horen, waardoor verblijfplaatsen gemakkelijk over het hoofd worden gezien.

Nienhuys schetst de ontwikkeling van de vleermuizen en hoe zij gebouwen gebruiken als complete leefomgeving: niet alleen als tijdelijke schuilplek, maar als kraamkolonie, zomerverblijf en soms zelfs winterverblijf. Spouwmuren en dakconstructies vormen daarbij cruciale onderdelen. Hun levenscyclus maakt ze extra gevoelig: ze krijgen weinig jongen en herstellen langzaam na verstoring. Klarissa: ‘Goed ecologisch onderzoek is essentieel. Zonder goed onderzoek loop je het risico dat maatregelen juist schade veroorzaken, terwijl het doel bescherming is.’

 

Publieke taak of verantwoordelijkheid van bewoners

 

Na de pauze gingen we op basis van stellingen met elkaar in gesprek. De eerste is of het isolatieprogramma vanuit Nij Begun zonder aanpassing van regels überhaupt haalbaar is. Uit de zaal blijkt dat isoleren stil staat, ook omdat de subsidieregel nieuw is. ‘Het heeft toch twee jaar nodig om te gaan draaien’, merkt een deelnemer uit de zaal op, en, ‘Ook de administratieve last is complex’, vult nog iemand aan. Een deelnemer uit de isolatiebranche merkt op dat ze onder het huidig beleid weinig kunnen doen, en dat als er wel SMP’s zijn, nog goed moet worden gekeken of deze echt goed praktisch uitvoerbaar zijn.

Verantwoordelijkheid

Moet soortenbescherming een publieke taak zijn? Daarover zijn de meesten het eens. Maar een deelnemer wijst erop dat het toch mooi zou zijn als mensen het zich het wel aantrekken, zich verantwoordelijk voelen. Een andere deelnemer vult aan: ‘Ja, een gelegenheid zelfs om ook kennis te maken met die natuur. Ga eens kijken of er vleermuizen uitvliegen, voel je verantwoordelijkheid en verwonder je over die natuur!’.

(tekst gaat verder onder de foto)

Informeer: ook over de dieren

De publieke taak voor wat betreft de regelgeving, zou er niet voor moeten zorgen dat inwoners zich helemaal onttrekken aan de bescherming van de dieren. En juist daar ligt ook een taak van de overheden stelt tot slot een deelnemer: ‘Laat de informatievoorziening niet alleen focussen op regelgeving, maar informeer ook over deze prachtige dieren zelf’. Een mooi slot voor deze avond, die dezelfde insteek had. Campagnes en informatiebijeenkomsten in gemeenten voor inwoners zouden hieraan dan ook goed kunnen bijdragen.

In maart 2026 verwachten we een besluit van de provincie over hoe het huidige tijdelijke gedoogbeleid een vervolg gaat krijgen en wat dat betekent voor de bescherming van deze waardevolle soorten.

 

Meer weten? Neem contact op met Deborah of Jasper